Lezen & spreken



03 oktober 2026



(foto Carel van Hees)


Drie opmerkingen

Dit is de tekst van de speech die ik hield op de presentatie van Wij zij lichaam afgelopen donderdag, 1 oktober ten huize van UItgeverij Querido. 
    Het was een overdonderende en hartverwarmende bijeenkomst met gasten uit alle denkbare walks of life. De jongste was 14, de oudste 89. Ook Patricia de Groot van Querido en Thijs Joores, de redacteur met wie ik aan het boek werkte hielden korte toespraken. Uitsmijter en hoogtepunt was het verhaal van Chris Keulemans, die ik ken uit de tijd voordat ik debuteerde, midden jaren tachtig. Hij ontsteeg het literaire vertoog en zette het boek in een menselijke context, legde verbanden tussen de inzet van het boek, de heftige toestand waar we maatschappelijk in verkeren en mijn leven en dat van ons allemaal. Het was raak, waar, lief en indrukwekkend. Kippevel, hier en daar tranen en enthousiasme volgden.

hier mijn speech:


Ik wil graag drie opmerkingen maken.

Historische opmerking

Ik ben geboren halverwege de 20e eeuw, in de herfst dat de eerste Sputniks om de aarde cirkelden. De eerste, een zilveren bal die angstaanjagend piepte en de tweede, een grote stalen vuilnisemmer met daarin het hondje Laika. Het jaar waarin de AOW werd ingevoerd, onder vadertje Drees. Het jaar dat Elvis Presley zijn vetkuif liet afknippen en in dienst ging. Albert Camus kreeg de Nobelprijs en Jack Kerouac publiceerde On the road.

Tijdens de roerige jaren zestig zat ik in de zandbak, leerde ik lezen en schrijven, stampte ik topografie en vaderlandse geschiedenis. Voetbalde op braaklandjes.

Ik ging in het midden van de jaren zeventig filosofie studeren en zat begin jaren tachtig in een bandje, was afwasser, maakte tijdschriften met kunstenaars en typte aan mijn debuut. Dat kwam met Arbeidsvitaminen, samen met Martin Bril in 1987. Goed, ik was schrijver geworden. Had ik erg veel plezier mee, ik schreef het ene boek na het andere. Daarnaast geld verdienen met stukken schrijven ging vrij makkelijk. Meer dan tien jaar lang.

Tot de 21e eeuw aanbrak. Ik was 42 en het ging niet zo goed met me. Mijn beide ouders waren ziek en overleden binnen 48 uur van elkaar. Mijn literaire plannen mislukten. Mijn freelance praktijk haperde. De krant, de radio en televisie gooiden het roer om: minder vreemd volk, minder cultuur. De reeks terreuraanslagen die begon met die van 11 september, de oorlogen in Afghanistan, Irak en de vluchtelingenstromen die ze veroorzaakten zetten de politiek onder hoogspanning. De economische crisis en de bezuinigingspolitiek vergrootten de ongelijkheid, wakkerden vreemdelingenhaat en populisme aan. De kaalslag in de cultuursector maakte reuzenstappen. De klimaatcrisis werd een acuut maatschappelijk twistpunt. De online wereld veranderde steeds sneller in een roofzuchtige, gevaarlijke, giftige omgeving. Politieke denkers waarschuwen voor systeemfalen.

Dit boek is een persoonlijke documentaire, die met literaire middelen vertelt hoe ik als denkend en schrijvend mens ben omgegaan met de eerste 26 jaar van de 21e eeuw, die me verbijsterde, kwetste, verdriet deed, opwond en op de proef stelde. En dus ook: me in politiek opzicht wakker schudde, me als schrijver dwong mezelf opnieuw uit te vinden. Dat deed ik de afgelopen 26 jaar natuurlijk ook in eerdere boeken: sinds 2000 schreef ik vier romans, een historisch essay, een pamflet, een literaire reportage en twee bundels met essays en verhalen. Daarnaast, en daar is dit boek de neerslag van, werkte ik samen met kunstenaars, sociaal werkers, fotografen, architecten, documentairemakers. Mensen die iets aan het doen waren dat me interesseerde en mij belangrijk leek. Een kwart eeuw lang vulden zich mijn archieven.

Mijn doel met dit boek was om die bevindingen om te smeden tot een reeks samenhangende verhalen die geëngageerde mensen, oud en vooral jong, in 2026 met plezier lezen, omdat ze gaan over zaken die ook hen aan het hart gaan. Het idee is dat het boek ze energie en bruikbare ideeën biedt. Liefst zo, dat ze er af en toe bij glimlachen, grinniken of hardop lachen. Hopelijk is dat gelukt.


Literaire opmerking

Wij zijn lichaam is mijn debuut als 21e eeuws essayist, en het is de culminatie van mijn verlangen naar vrij literair schrijven dat vertellen, bezingen, beschouwen, verslag doen en speculeren naar believen gebruikt om met elementen uit de werkelijkheid een boek te maken dat de verbeelding voedt en in gang zet.

Maar waarom heten boeken, die geen denkbeeldige wereld tegenover de werkelijkheid zetten, maar wel verhalen vertellen en het menselijk bestaan onderzoeken met een rare en lelijke term ‘literaire non-fictie’? Waarom denken we er niet over zoals in de cinema? Documentaire films hebben ook verhaallijnen, personages, gedoseerde spanning, onthullingen en wendingen. Ze hebben een directe historische en maatschappelijke betekenis. Ze variëren van artistiek en lyrisch tot politiek en journalistiek. Bij documentaire films accepteren we dat de makers soms als personage optreden in de film, en dat dat soms niet nodig is. Allemaal net als in de literatuur. Ik stel voor om in plaats van literaire non-fictie voortaan te spreken van documentaire literatuur. Niet omdat die gebaseerd is op documenten maar omdat die net als documentaire films lyrisch, vertellend en vol verbeelding kunnen zijn ondanks dat ze geen feiten of personages verzinnen.

Wij zijn lichaam gebruikt wetenschap, feitenonderzoek, filosofie en reportage om de fundamenten van de verhalen neer te leggen, maar de inzet van het boek als literair werk is het om de verbeelding van de lezer te bereiken. De binnenwereld die voorafgaat aan de kennis, oordelen, meningen, posities en frames waarmee we de werkelijkheid doorgaans te lijf gaan. Daar waar we proberen betekenis te ontdekken in ons leven, naar waarheden zoeken. Daarom zit het boek vol vertelde scenes, ontmoetingen, speculaties en persoonlijke ervaringen. Het wordt bevolkt door personages die echt bestaan: Willem Los, Melle Daamen, Jan Rothuizen, Gertrude Stein, Johan Wagenaar, Otto Koedijk, Leonardo Petrucelli, Annemie Stijns. Iedereen begrijpt dat ze niet samenvallen met de rol die ze in het boek vervullen. Ikzelf ben ook een personage, ik doe dienst als jullie verteller, gids, sjamaan.

Het is pijnlijk om te zeggen, maar naarmate meer tot me doordrong hoe blij ik ben met deze literaire sprong voorwaarts en dat het als een nieuw begin aanvoelt, hoe meer ik Martin mis. Wat had ik graag gewild dat hij dit kon lezen! Ik had zo graag willen laten zien dat ik uiteindelijk echt naar hem heb geluisterd en tegelijkertijd trouw gebleven ben aan mijn eigen denkwereld en gekte.




Filosofische opmerking

Tot slot, kan ik beknopt vertellen wat de samenhangende gedachte is achter deze bonte verzameling van verhalen, feiten, denkbeelden en ontmoetingen? Ja, dat kan ik!

Kijk, we zijn gewend om onszelf te zien als lichamen, die je kunt zien, horen, voelen en ruiken. Proeven. Het lichaam als een levend ding, in het geval van de mens behept met een nogal groot brein dat taal en denken voortbrengt. Dat is een achterhaald beeld. Inmiddels hebben we ontdekt dat er ontstellend veel in en om ons lichaam gebeurt dat wij onmogelijk kunnen zien, horen, ruiken of voelen of proeven omdat het om deeltjes, organismen en mechanismes gaat die te klein, te subtiel, te snel of te traag zijn voor onze zintuigen.

Lichamen blijken niet zozeer zichtbare, levende dingen, als wel organische processen die in gang gehouden worden door complexe afhankelijkheidsrelaties met andere organismes en ecosystemen. Je moet ze snappen in een lang tijdsperspectief. Net zoals we erachter zijn gekomen dat ons bewustzijn en het talige denken, ons brein volledig verweven zijn met ons bestaan als menselijke lichamen die in groepsverband geboren worden, zich ontwikkelen en leven. Tot op grote hoogte zijn ons lichaam, ons ik, onze culturele identiteit betrekkelijke entiteiten, het instabiele product van actieve relaties. Ze zijn het topje van een veel grotere ijsberg aan krachten en processen die niet-lichaam, niet-ik, niet-menselijk zijn. Precies al die dingen waar de Mens in zijn arrogantie altijd doof en blind voor is geweest.

Als je zo kijkt en denkt wordt het lichaam een kennismodel. Dat is de clou van dit boek. Een pleidooi om dat kennismodel als uitgangspunt te nemen en maatgevend laten zijn voor ons denken over technologie, de inrichting van de maatschappij, de aanpak van ziektes en psychisch lijden, allerlei sociale en politieke kwesties die ons plagen. De onontkoombare verwevenheid van het menselijke met al het andere leven en ook met de niet-levende onderdelen van de aarde zou dan in beeld komen en nieuwe mogelijkheden tonen.

Belichaamd denken, denken in concrete processen van wederkerige relaties van symbiose en rivaliteit, is geen eco-mystieke zweefkezerij. Het is een politiek wereldbeeld. Het gaat niet alleen om de ecologie buiten ons, juist niet. Alle veranderingen, kennis, cultuur en trauma’s die de geschiedenis oplevert zijn niet alleen in machines, monumenten, documenten en kunstwerken neergeslagen: ze zitten ook ook in de lichamen, de geheugens, de zintuiglijke systemen en het gedrag van mensen, en ze geven die kennis en trauma’s door aan hun geliefden, vrienden, kinderen en kleinkinderen. Dat gebeurt al honderdduizenden jaren.

Onze hoop dient gevestigd te zijn op het herstellend vermogen van het leven op aarde, dat door dood, ontbinding, voortplanting de beperkte hoeveelheid levende en dode materie weer laat bloeien, laat muteren, zich ontwikkelen en aanpassen. Oftewel, dankzij diversiteit en creatieve inefficiëntie. Dat wonder vindt plaats met als enige input van buiten af: het licht van de zon. Ik wil in mijn boek laten zien dat ook in de menselijke sfeer het ruimte bieden aan en het aanspreken van het herstellend vermogen de minst kortzichtige en minst schadelijke, de meest rechtvaardige en meest effectieve manier is om onze problemen aan te pakken.




15 juni 2024

Wat de lezer van deze site er precies mee weet blijft een raadsel, maar het is toch een nieuwtje. De bijgaande foto van mij en Patricia de Groot, redacteur bij Querido uitgevers voert het onvermijdelijke Instagaram-moment op waarop we het champagneglas heffen om te vieren dat ik zojuist een contract heb getekend. Querido verwelkomde mij en ik verheug me op de samenwerking. Deze zomer begin ik aan het essayboek dat volgend jaar voltooid moet zijn.

 
05 mei 2024




Dit is het nieuwe nummer van De Gids, met een themagedeelte over Lucebert.Het is gemaakt in samenwerking met het Stedelijk Museum Alkmaar waar een grote Lucebert tentoonstelling te zien is. Prachtig om te zien hoe dichters van verschillende generaties moeite doen zich tot de oude meester te verhouden. Lees Kyrke Otto, Iduna Paalman, Mischa Andriessen, Maria Barnas, Ascha Karami, Yasmin Namavar, H.C ten Berge, Marije Langelaar, Peter Verhelst, Maria van Dordrecht en Dirk Vis.
    In het essay van Marleen Slooff vraagt ze zich af wat zijn hang naar mystiek zegt over de brieven met nazistische denkbeelden die hij als achttienjarige schreef. Arnon Grunberg schreef een open brief aan Lucebert, waarin hij de jeugdige verleiding door nazi-denkbeelden als een vorm van geëxalteerd idealisme beziet, als een hang naar de figuur van de dichter-profeet.

   Buiten het thema-gedeelte wijs ik graag op twee titels: het boeiende essay van Roland Kupers (Een pleidooi voor onbescheidenheid) die in de lectuur van The Dawn of Everything van Graeber and Wengrow inspiratie vindt voor een kentheoretische sprong in het wetenschappelijk denken over de geschiedenis en de maatschappij. Tegen reductionisme en voor een kennismodel dat complexiteit waardeert. De andere titel is het korte verhaal ‘boelie, een nieuw liefdesverhaal’ van Thom Wijenberg. Een geestige en ontroerende hedendaagse verbeelding van verliefdheid, die zich deels ook in een psychedelische of virtuele realiteit lijkt af te spelen.










Blog


03 oktober 2026

Afgelopen week verscheen Wij zijn lichaam, het boek met vier grote vertellende essays. Donderdag 1 oktober vond de presentatie plaats bij UItgeverij Querido. 

Zo ziet het eruit:



Het heeft 343 bladzijden en bestaat uit vier delen. Het eerste heeft als titel De Alfabetmachine en aan de hand van de avonturen die ik de afgelopen 25 jaar met schrijfmachines heb beleefd, denk ik na over het lot van het geschreven woord in digitale tijden. Wat komt er voorbij? Samenwerking met de kunstenaar Jan Rothuizen, wonderlijke ontmoetingen bij het aankopen van machines, gedachten over het verdwijnen van life writing, het schrijven van brieven, dagboeken en gelegenheidspoëzie en natuurlijk de kolonisatie van onze taal door tech-bedrijven en beschouwingen over de waarde en de gevaren van AI.
 
Het tweede heet Het bos en het bord, over wat je te maken hebt met de klimaatcrisis en het uitsterven van soorten als je boodschappen doet en eten kookt. Het is vooral een stap in de wereld van de regeneratieve landbouw, die ik betrad samen met Ruud Sies en Hanneke van Hintum door samen te werken aan hun platform Resilience Food Stories, waar ze al een kleine tien jaar reportages maken over grote en kleine boeren die hun verhaal delen waarin het herstel van het bodemleven, het produceren van gezond voedsel en het herstel van het sociale leven op het land hand in hand gaan. Dat leidde tot het boek Good Food (Nai uitgevers, 2026) en een grote tentoonstelling van foto’s en video’s in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam ( nu tot november). 
   
Het derde deel heet Kunst in het wild en duikt allereerst in de wereld van de alternatieve schuldhulpverlening. in 2013 sloot ik me aan bij Johan Wagenaar, een kunstenaar, die bezig was te bedenken hoe kunstenaars een systeem konden opzetten om jongeren te helpen uit de schulden te komen, dat anders en beter was dan de bestaande hulpverlening. We bouwden het uit tot ONSbank, dat inmiddels 10 jaar bestaat en in vier steden actief is. Johan en mij ging het om het eigene van onze methode, die een integraal, menselijk en cultureel uitgangspunt heeft en ingrijpend anders is dan hoe een marktpartij of een overheidsinstelling de hulpverlening aanpakt. Ja, wat doen de kunsten eigenlijk in mensenlevens en de maatschappij? En hoe werken ze? Daarover gaat het in dit deel, dat een uitgesproken politiek slotakkoord heeft.
     
Het vierde deel heet De oudste dans. Het verkent de ervaring intensief te gaan hardlopen als het lichaam al de veteranenleeftijd heeft bereikt. De relatie tot het veranderende en ook haperende lichaam, maar ook tot het landschap, het weer, en de ervaring van het  zelfbedrog waartoe we in staat zijn, leiden tot een beschouwing over rouw en sterfelijkheid. Ook de theologische en technologische oorlog tegen de dood wordt geduid.
    In de komende tijd zet ik hier stukjes die ingaan op het boek en de samenhangende gedachtengang achter de vier verhalen, het belichaamde denken, die de titel verklaart.






12 11 2024

Anti-semitisme? Integratie crisis? Ontaard?

Er wordt grote ophef gemaakt over de knokpartijen tussen hooligans van Maccaabi Tel Aviv en Amsterdamse jongeren. Beide partijen lieten zich leiden door hysterisch vijanddenken opgestookt door de media-oorlog die deel uitmaakt van de fysieke oorlog in het Midden Oosten. De met testosteron aangewakkerde tribale geweldscultus rond het voetbal hielp niet.
    Ieder weldenkend mens snapt dat een eigen vrije Palestijnse staat geen stap dichterbij komt door barbaarse acties als die van Hamas op 7 oktober 23, net zo goed als ieder weldenkend mens doorziet dat de verwoesting, moordpartijen en doelbewuste uitputting van de Gazanen, die internationaal als genocide erkend worden, niet geloofwaardig vallen aan te merken als zelfverdediging of vergelding voor 7 okt.
   Nu gaat het ook nog eens over anti-semitisme en de timing van de gebeurtenissen (de herdenking van de Kristall nacht in 1938) kon niet beroerder. Wat mij erg verbaast is dat ik niemand in dit krankzinnige gekrakeel heb horen vragen hoe het komt dat als plattelandsjongeren uit de Biblebelt of de Achterhoek een Joodse begraafplaats vandaliseren, hakenkruizen op muren spuiten en in hun app-groepen spreken over kankerjoden die het Nederlandse volk bedriegen en uitzuigen dankzij hun holocaust-sprookje, niemand rept van een integratie-crisis en ook het woord ontaard ongebruikt blijft.
    Ook als de Hongaarse vrienden van Wilders een universiteit verbieden en kranten oprollen omdat ze gefinancierd zijn door George Soros, die deel uitmaakt van een kosmopolitisch joods complot om het Hongaarse volk te vergiftigen met liberale, geloof en gezin ondermijnende waandenkbeelden, zal niemand het woord ontaard in de mond nemen, zelfs linkse politici niet.
   De keuze van premier Schoof voor het woord ontaard ruikt naar Nazi-propaganda. Het suggereert dat de aangesprokene (of het nu een homoseksueel, een Moslim, een Jood of een atheïst is) geen volwaardig mens is, maar een beestachtige, minderwaardige mensensoort, een Untermensch. Die mag je vervolgens beroven van hun grondrechten, oftewel hun staatsburgerschap afnemen en deporteren. Blijkbaar is de ene anti-semiet de andere niet.
   Dat is wat we meemaken: dat de bestrijding van anti-semitisme het ideale vehikel wordt voor anti-democratische, racistische repressie-politiek. 
   Wat mankeert politici die zichzelf democraat noemen dat ze dit niet benoemen voor wat het is? Hadden we geen grondwet?




08 07 2024





Onlangs bezocht ik in Rotterdam, in een van de straten rond de Kuip, de geheimzinnige straatkunsteaar Jimmy Granti. Al meer dan tien jaar lang verspreidt hij een beeld in de straten van tientallen steden ter wereld: het gezicht van Cor Eversteijn, legendarische Rotterdamse bokser en herenkapper. Het verschijnt in beeld op een spandoek in de handen van een toeschouwer bij de Rotterdamse Marathon die op Studio Sport verslagen wordt. Of zoals op dit houten plankje dat zomaar aan een bank in een park kan zijn gelijmd. De foto is van Carel van Hees, uit 1983, niet lang voordat Cor veel te vroeg overleed. De aanwezigheid van de honderdduizend stickers op lantaarnpalen, blinde muren, deuren, eletriciteitshuisjes en fietskratten van dit gezicht in Antwerpen, Praag, Miami, Assen en Amsterdam roept andere betekenissen op dan Carels foto destijds in 2011 in het Boymans van Beuningen Museum of in het boek dat we met Yvo Zylstra maakten over Cor in datzelfde jaar.
    Jimmy Granti’s jarenlange obsessieve toewijding (hij heeft het over wandelingen van dertig kiometer om even lekker te knallen met een tas vol stickers) zijn een vorm van guerilla gardening: iedere sticker een zaadje waaruit de bloem van aandacht en nieuwsgierigheid kan ontkiemen naar het verhaal van Cor Eversteijn. Een verhaal over branie en sport, roem en eenzaamheid, aanstekelijke energie en een ziel met een gat erin. Jimmy Granti werd gegrepen door Cors intense blik en voelt zich sindsdien verplicht iedereen het spoor naar de herinnering aan Cor te volgen. 



16 06 2024


Bij het begin van het werk aan een nieuw boek dringt zich altijd weer dit beeld op. A-Kerkhof Groningen 1982, aan die tafel, op die stoel (waar ik nog altijd op zit), aan die schrijfmachine die nog altijd vlak in de buurt is, met de aandoenlijke arogantie van de jeugd op het gezicht, en een hoofd vol dromen en verwarring. De belichaming van The Beginners Mind. Alles kan.
    Hoe angstaanjagend het ook is, ik wil dat het volgende boek ontstaat als een debuut: als de beheerste explosie na de kernfusie van een heel voorgaand leven.






05 mei 2024






Welkom op mijn nieuwe site. Met dit kleurige beeld dat ik maakte op een korte reis naar de dorpen in de bergen rond de Araku Vallei in het zuid-oosten van India maak ik een nieuw begin online. Hier rechts, onder de titel Lezen & spreken vind je een lijst met recente publicaties en optredens. Ik zet er ook verwijzingen op naar nieuwe nummers van De Gids. In dit blog in de linker kolom schrijf ik regelmatig korte stukjes over boeken die ik las, ontmoetingen die ik had of films die ik zag. Net als op mijn vorige blog zal er wel eens een schrijfmachine voorbij komen.